Waar wonen ’s winters de vogels? Hebben die vogels ’t niet koud?
Is er voldoende te eten? Maak eens een huisje van hout.
’n Huis op een stok of een paaltje, stevig en helemaal vrij.
Vogels die kunnen er komen, maar geen poes kan erbij.

Wat eten ’s winters de vogels, als het veld hard is en wit.
Als alles stijf is bevroren, nergens meer voedsel in zit?
Leg dan wat brood in het huisje, pinda’s of nootjes erbij.
Geef ze wat water met suiker, maak de vogeltjes blij.

Waar zijn toch ’s winters de vogels? ’t Is alles kaal wat je ziet.
’t Is ook zo stil in de bomen. Zingen ze ’s winters dan niet?
Als je de vogels wilt helpen en nu wat broodkruimels strooit
zingen ze straks in de lente vast nog mooier dan ooit!

Advertenties